9301 resultaten

  • Ik zoek:
  • (7982)
  • (938)
  • (381)
  • Regio
  • (5118)
  • (2966)
  • (1217)
  • Category
  • (3849)
  • (2203)
  • (1858)
  • (38)
  • (10)
  • (2)
  • (1)
  • (1)

Wollebrand Geleynssen de Jongh voor een retourvloot

Wollebrand Geleynssen de Jongh voor een retourvloot
 
 

Wollebrand Geleynssen de Jongh voor de retourvloot van 1648
Uit de catalogus van het Stedelijk Museum Alkmaar:HERKOMST:Alkmaar, geschilderd in opdracht van de voorgestelde en in 1674 nagelaten aan het Burgerweeshuis. In 1811 overgebracht naar het Kostershuis van de Grote of Sint Laurenskerk. In 1859 terug naar het weeshuis. Van 1875 tot 1883 bruikleen aan het Stedelijk Museum Alkmaar. In 1883 door de regenten van het weeshuis aan het museum geschonken.RESTAURATIES:1883-01-22, besluit tot verdoeking. Restauratie werd op onbekend tijdstip en door onbekende hand uitgevoerd, mogelijk door A. Klässener die het schilderij voor f 25,- 'geheel in orde maakt'; 1920, J.A. Hesterman, Amsterdam (schoongemaakt en gevernist); 1988, M.H.J. de Man, Delft (linnen gedoubleerd, ontdaan van schimmel en geretoucheerd); M.P. Bijl, Alkmaar (opstaande verf vlak gemaakt, vernis en retouches verwijderd, geretoucheerd en gevernist)BESCHRIJVING:Dit historisch portret werd door Wollebrand Geleynsz de Jongh (1594-1674) zelf besteld, waarschijnlijk in 1673. Het was nog niet voltooid bij zijn overlijden op 28 januari 1674. Van Everdingen leverde het op 28 juli af en ontving voor zijn werk f3oo.-. Zowel Bruinvis als Van der Willigen wezen er reeds in 1870 op dat Van Everdingen voor de gelaatstrekken gebruik maakte van liet portret dat in 1664 van De Jongh was geschilderd (zie cat.nr. 138).Het schilderij was bestemd voor het Alkmaarse weeshuis waarmee Wollebrand de Jongh nauwe banden had. Hij was in 1611, samen met zijn broers Jan en Jochem wees geworden, en kwam derhalve onder de voogd van de weesmeesters. Een van hen, notaris Cornelis Jansz Baert, zou later zijn zaakwaarnemer worden. Diens dochter Alewijntjen wees Wollebrand af als echtgenoot.De Jongh maakte carrière bij de Oost-Indische Compagnie en verbleef de meeste jaren tussen 1613 en 1648 in het Oosten. Hij klom op tot directeur van de handel in Perzië en extra-ordinaris Raad van Indië. In 1648 keerde hij als commandeur van een koopvaardijvloot terug naar Holland waarna hij met pensioen ging. Hij vestigde zich in zijn geboortestad Alkmaar. In de jaren 1665, 1666 en 1667 was hij regent van het weeshuis. Hij overleed in 1674 en liet het grootste deel van zijn vermogen na aan het weeshuis, de kerk en de diaconie.De Jongh is voorgesteld in zijn hoedanigheid van handels-directeur en commandeur van de retourvloot naar Nederland. Hij is ten voeten uit geschilderd en draagt een broek en wambuis van groene zijde met gouden bloemen. Op de borst hangt een gouden ketting met de medaille die De Jongh als blijk van verdiensten van de VOC ontvangen had. Deze medaille staat vermeld in zijn testament van 18 december 1673 als 'een goude kettingh van vijf touren, daer een medalie aen hangt, waerinne de twaelf scheepen met het wapen van de Oostindische com-pagnie is afgebeelt'. Op de achterzijde bevindt zich de tekst: 'In 't Vreede jaer, belant / Dees Vloot door Wollebrant / Van Oost-Indies rijcke Cust / In 't Lieve Vaderlant'. Deze medaille, mog-lijk vervaardigd door de Amsterdamse edelsmid Johannes Lutma 1 (1587-1669), werd later verkocht en bevindt zich heden in het Koninklijk Penningkabinet in Leiden. In zijn rechterhand houdt De Jongh zijn commandostaf. Daarmee wijst hij op de in de doorkijk afgebeelde vloot. Op de tafel met het Perzische kleed bevinden zich voorwerpen (een register, inktpot en schrijfveer en nauwelijks zichtbaar een bol met de hemellichamen) die verwijzen naar zijn activiteiten als koopman zeeman. Rechts staan een moor met een parasol en een negerkind met zwaard en overkleed. Hun aanwezigheid versterkt als het ware de status van de geportretteerde.Het leven van Wollebrand Geleynsz de Jongh vormt het onderwerp van de in 1854 gepubliceerde novelle 'De Alkmaarder Wees' van de schrijfster A.L.C. Bosboom-Toussaint (18I2-1886). Voor het titelblad van haar boek kopieerde en lithografeerde J.H. Stucki Van Everdingens portret. Een exemplaar van deze litho's bevindt zich in het Regionaal Archief te Alkmaar. In het Stedelijk Museum Alkmaar wordt een negentiende-eeuws uithangbord van een tabakswinkel bewaard met dezelfde voorstelling en het opschrift 'De Alkmaarsche Wees'.

vervaardiger Everdingen, Caesar van

(schilder)

periode

1674

materiaal

doek (linnen)

soort schilderij
techniek

olieverf

inscriptie

- Everdingen, Caesar van

afmetingen

214,5 x 182 cm

nummer

20926

eigenaar Stedelijk Museum Alkmaar

Aziaten, Afrikanen & Amerikanen   Europeanen   kunst(nijverheid) / object   overzicht / aanzicht   schip / vaartuig   portret  

Literatuur

  • Santen, H.W. van, VOC-dienaar in india: Geleynssen de Jongh in het land van de Groot-Mogol (Franeker, 2001)