Expeditie

De Expeditie van Abel Tasman op zoek naar het Zuidland

1642 - 1643

In augustus 1642 vertrok Abel Tasman van Batavia met twee schepen onder zijn leiding, de Zeehaen en de Heemskerck. Zijn expeditie zou leiden tot de eerste Europese contacten met de bevolking van Nieuw Zeeland en Tonga en tot het ontdekken van het eiland Tasmanië ten zuiden van Australië. Tasman had verschillende opdrachten meegekregen. Ten eerste moest hij veel verder zuidelijk zeilen dan tot dan toe geprobeerd was en in oostelijke richting op zoek gaan naar het zogeheten onbekende Zuidland (Terra Australis). De VOC wilde weten hoe groot dit continent was, dat ergens zou moeten liggen ten zuidoosten van de Indische archipel. Men hoopte dat dit continent rijk zou zijn aan goud, zilver en handelsmogelijkheden. Eigentijdse kaarten toonden al delen van wat we nu kennen als het continent Australië. Maar men wist niet zeker of deze stukjes land behoorden tot het Zuidland, waarvan men dacht dat het veel groter was dan Australië. Verder wilde de VOC een vaarroute ontdekken om via de Stille Oceaan Chili te bereiken, dat destijds een Spaanse kolonie was. Spanje en Nederland waren destijds nog in oorlog met elkaar en de VOC hoopte Spaanse bezittingen in Zuid-Amerika aan te kunnen vallen. Ten slotte moest Tasman antwoord vinden op de belangrijke vraag of Nieuw Guinea en het Zuidland aan elkaar verbonden waren.

Tasman zeilde eerst naar Mauritius om voorraden te bezorgen voor de Nederlandse post op dat eiland. Vanaf Mauritius vertrokken de Zeehaen en Heemskerck vervolgens in zuidoostelijke richting. Het weer werd gaandeweg erg slecht. De expeditie besloot dan ook een noordelijker koers aan te houden dan de instructies die zij mee had gekregen. Terwijl men eind november oostwaarts zeilde ten zuiden van Australië kwam men een nieuw eiland tegen, dat zij Van Diemensland noemden naar de gouverneur-generaal van de VOC, Anthony van Diemen. Later zou dit hernoemd worden naar Tasmanië. Ondanks het zien van tekenen van leven lukte het de bemanning niet om contact te maken met de bevolking van het eiland.

De expeditie zeilde verder en stuitte halverwege december weer op land. Op 18 december ging de expeditie voor anker in de Golden Bay van het Nieuw-Zeelandse Zuidereiland. Hier vond de volgende dag door een misverstand een bloedig treffen plaats met de Maori die hier leefden. Hierin verloor een aantal bemanningsleden het leven. De expeditie zeilde verder en passeerde in de Straat Cook de doorgang tussen het Noordereiland en Zuidereiland zonder deze te ontdekken. Na vervolgens langs de westkust van het Noordeneiland te zeilen dacht Tasman op 8 januari een stroming te ontdekken die men richting de Stille Oceaan naar Chili zou kunnen brengen. Maar dit kon alleen op basis van zijn observaties niet worden bevestigd.

De expeditie vervolgde de reis in noordoostelijke richting en kwam vervolgens verschillende eilanden tegen van de Tonga-archipel. Ze ging eind januari voor anker bij Tongatapu, het grootste eiland, en Nomuka. Hier was de ontmoeting met de bevolking veel vriendelijker. Na het uitwisselen van geschenken en het inslaan van vers voedsel en drinkwater zeilde Tasman noordwaarts en toen naar het westen. De expeditie passeerde de Fiji-archipel, de Solomon-eilanden en zeilde vervolgens langs de noordkust van Nieuw-Guinea. Van daaruit bereikte men Seram, waar besloten werd om af te zien van de opdracht om de mogelijke verbinding tussen Australië en Nieuw Guinea te onderzoeken. Op 15 juni 1643 keerde de expeditie weer terug in Batavia. De expeditie had enkele nieuwe eilanden ontdekt, maar had de notie dat Australië deel was van een immens zuidelijk continent weerlegd, de verwachtingen daar enorme rijkdommen te gaan aantreffen teleurgesteld, en geen duidelijke antwoorden opgeleverd op enkele andere vragen.

05 september 1643 - 14 oktober 1643

Mauritius

20°41' ZB 57°71' OL

De expeditie van Abel Tasman vertrok op 14 augustus 1642 van Batavia. Voordat begonnen werd met de eigenlijke ontdekkingsreis zeilde Abel Tasman eerst naar Mauritius. De VOC had in 1638 een fort opgezet op het eiland. De post was voornamelijk bedoeld voor Nederlandse schepen die hun voorraden wilden aanvullen tijdens hun reizen tussen Europe en Azië. Tasman bracht voorraden naar het eiland. Hij kwam op 5 september aan op Mauritius. Hier nam hij verse voorraden water en voedsel aan boord, repareerde zijn schepen en ontving hij nuttige kaarten. De Zeehaen en Heemskerck vertrokken op 14 oktober weer.

Bronnen en literatuur

Posthumus Meyjes, De Reizen van Abel Janszoon Tasman en Franchoys Jacobszoon Visscher, ter nadere ontdekking van het Zuidland (Australië) in 1642 - 1644. (1919)

02 december 1642 - 04 december 1642

Tasmanië

42°55' ZB 146°65' OL

Eind november 1642 stuitte de expeditie van Abel Tasman ten zuiden van Australië op een groot eiland dat we nu kennen als Tasmanië. Hij noemde het Van Diemensland, naar de gouverneur-generaal van de VOC destijds. De expeditie volgde de kustlijn van het zuidwesten naar het zuidoosten van het eiland. Op 2 en 3 december werden bemanningsleden aan wal gezet om op verkenning te gaan in het gebied North Bay. Ze plantten een vlag en claimden het eiland voor de Nederlandse Republiek. Ondanks het waarnemen van tekenen van leven werd geen contact gelegd met de bevolking van het eiland. De schepen vertrokken op 4 december weer van het eiland.

Bronnen en literatuur

Posthumus Meyjes, De Reizen van Abel Janszoon Tasman en Franchoys Jacobszoon Visscher, ter nadere ontdekking van het Zuidland (Australië) in 1642 - 1644. (1919)

13 december 1642 - 08 januari 1643

Nieuw-Zeeland

40°66' ZB 172°81' OL

Nadat men in noordoostelijke richting zeilde na vertrokken te zijn van Tasmanië werd op 13 december weer land gezien. Dit was het Zuidereiland van wat tegenwoordig Nieuw-Zeeland is. De schepen gingen op 18 december voor anker in Golden Bay en legden contact met de Maori die hier leefden. Door een misverstand dachten de Maori dat de Nederlanders hen tot een gevecht uitdaagden. Op de volgende ochtend volgde een gewelddadige ontmoeting toen de Nederlanders een sloep stuurden naar de Maori die naar de Nederlandse schepen toe gevaren waren. Deze werd meteen aangevallen, waarbij een aantal bemanningsleden omkwam. Er werd teruggevuurd, waarbij waarschijnlijk 1 Maori omkwam. De Nederlanders vertrokken uit de baai en zeilden de Straat Cook in. Hier vonden ze de passage tussen het Zuidereiland en Noordereiland niet. De expeditie vervolgde de reis langs het Noordereiland, waarvan begin januari 1643 het meest noordelijke punt bereikt werd.

Bronnen en literatuur

Posthumus Meyjes, De Reizen van Abel Janszoon Tasman en Franchoys Jacobszoon Visscher, ter nadere ontdekking van het Zuidland (Australië) in 1642 - 1644. (1919)

24 januari 1643 - 01 februari 1643

Tonga/Stille Ocean

21°08' ZB 175°19' WL

Na ongeveer in noordoostelijke richting te zeilen na het verlaten van Nieuw-Zeeland kwam de expeditie van Abel Tasman vrij snel een aantal eilanden tegen van de Tonga-archipel. Op 21 januari 1643 ging men voor anker bij het noordwesten van Tongatapu. In tegenstelling tot de tragische ontmoeting met de Maori in Nieuw-Zeeland, werden de Nederlanders hier door de bevolking van Tonga welkom benaderd. Na contact gelegd te hebben, kwamen enkele Tonganezen aan boord. Giften werden uitgewisseld en handel werd gedreven en Tasman ontmoette de lokale vorst. De schepen konden voor het eerst sinds hun vertrek van Mauritius hun voorraden vers voedsel aanvullen. Na drie dagen vertrokken de schepen per ongeluk, toen het anker van de Heemskerck los schoot en het schip wegdreef naar zee. De Zeehaen moest volgen. Op 24 januari gignen de schepen bij het eiland Nomuka voor anker, waar het contact wederom vriendelijk was en de Nederlanders door het verruilen van spijkers, kralen en andere gebruiksvoorwerpen vers voedsel en drinkwater konden bemachtigen. Op 1 februari vertrok men weer van het eiland.

Bronnen en literatuur

Posthumus Meyjes, De Reizen van Abel Janszoon Tasman en Franchoys Jacobszoon Visscher, ter nadere ontdekking van het Zuidland (Australië) in 1642 - 1644. (1919)

01 april 1643 - 25 mei 1643

Nieuw Guinea

2°06' ZB 139°22' OL

Eind maart 1643 kwam de expeditie van Abel Tasman na het passeren van de Fiji-eilanden aan bij de Solomon-eilanden. Deze waren deels eerder in kaart gebracht door de ontdekkingsreizigers Willem Schouten en Jacob le Maire. Vanaf hier konden ze dus vertrouwen op Europese kennis van de wateren waarin ze zich bevonden en terug naar de Indische Archipel zeilen. Ze zeilden vervolgens langs de eilanden Nieuw-Ierland, Nieuw-Hannover en Nieuw-Brittannië van de Bismarck-archipel. Deze zagen zij aan voor de kust van Nieuw-Guinea. Ze kwamen in april aan bij Nieuw-Guinea zelf en sloegen bij de eilanden Jamna en Insumoar verse voorraden in door ruilhandel met de lokale bevolking. Vervolgens vertrok men begin mei richting Ceram en Batavia.

Bronnen en literatuur

Posthumus Meyjes, De Reizen van Abel Janszoon Tasman en Franchoys Jacobszoon Visscher, ter nadere ontdekking van het Zuidland (Australië) in 1642 - 1644. (1919)

Bronnen en literatuur

Posthumus Meyjes, De Reizen van Abel Janszoon Tasman en Franchoys Jacobszoon Visscher, ter nadere ontdekking van het Zuidland (Australië) in 1642 - 1644. (1919)